Uitzendwerk
Werknemers laten werken op basis van een flexcontract is onder werkgevers onverminderd populair. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waren er in 2010 zo’n 600.000 flexwerkers. Daarvan werken zo’n 150.000 werknemers in een payrollconstructie en de overigen op grond van een uitzendconstructie.
Uitgaande van werkzame beroepsbevolking van 7,5 miljoen (dit zijn werknemers tussen 15 en 65 jaar die meer dan 12 uur per week betaald werk verrichten) komt het percentage flexwerkers toch neer op zo’n 8%. Niet alleen huren werkgevers flexwerkers in om ziekteverzuim en extra vraag naar arbeid in drukke tijden op te vangen; flexwerkers worden ook steeds vaker ingezet in het reguliere arbeidspatroon. Dit gebeurt ook in de sector Metaaltechniek. Regulier productiewerk dat in het verleden door werknemers met een contract voor onbepaalde tijd gedaan werd, wordt nu door flexwerkers uitgevoerd. Daaruit blijkt dat het risico van verdringen van vaste arbeidscontracten door flexibele en vaak tijdelijke contracten levensgroot aanwezig is.
Zelfde werk, zelfde loon
CNV Metaaltechniek is van mening dat werknemers die hetzelfde werk doen dezelfde beloning en arbeidsvoorwaarden moeten ontvangen, of ze nu in vaste dienst zijn, uitzendkracht zijn of in een payrollconstructie werken. In deze tekst wordt uitgelegd wat een flexkracht is; welke uitzend- en flexconstructies er zoal voorkomen en als je dan als werknemer toch in een flexconstructie moet werken; in welke constructie je als uitzendkracht/flexwerker het beste af bent.



_1291804303.jpg)